Pensioenopbouw

Vrijwel iedereen wil uiteindelijk een keer stoppen met werken en met pensioen gaan. Maar wie betaalt dat eigenlijk en hoeveel geld is er voor nodig? En moet je daar zelf iets voor regelen, of wordt dat allemaal al voor je gedaan? In Nederland kennen we een pensioensysteem dat bestaat uit drie onderdelen:

  • AOW.
  • Pensioenopbouw bij de werkgever.
  • Eigen vermogen of pensioenopbouw.

Hoe de verdeling van deze drie componenten er precies uitziet is voor iedereen verschillend, afhankelijk van je inkomen tijdens je werkzame leven, maar ook afhankelijk van wat je precies wilt gaan doen na je pensionering. In het algemeen kun je stellen dat de combinatie van AOW en werkgeverspensioen voldoende zou moeten zijn om normaal verder te kunnen leven. Wil je meer dan dat, dan zul je je pensioen met eigen middelen moeten aanvullen. Dit kan overigens in sommige gevallen ook al noodzakelijk zijn als je geen bijzondere eisen hebt, wanneer de andere twee pensioenonderdelen niet voldoende zijn.

Iedereen die enige tijd in Nederland heeft gewoond, heeft recht op AOW. Dit is een uitkering van de overheid die is vastgelegd in de Algemene Ouderdoms Wet en die uitkeert vanaf een bepaalde leeftijd. Vroeger was dat 65 jaar, tegenwoordig is die leeftijd aan het opschuiven, omdat we steeds ouder worden, waardoor het uitbetalen van de AOW de overheid steeds meer geld kost. In tegenstelling tot wat veel mensen denken, spaar je niet zelf voor je eigen AOW. Zelfs als je je hele leven nooit hebt gewerkt en nooit iets hebt verdiend of belasting betaalt, dan heb je nog steeds recht op AOW, zolang je maar in Nederland gewoond hebt. Recht op AOW bouw je op vanaf je 25e verjaardag, waarbij elk jaar dat je in Nederland woont je recht geeft op 2.5% van het totale AOW-bedrag. Zo kom je op je 65e precies op het totaalbedrag.

Maar als je er niet zelf voor spaart, wie betaalt je AOW dan wel? De overheid, maar uiteindelijk verdeelt die het geld alleen maar, dus waar komt het echt vandaan? AOW wordt gefinancieerd via een zogeheten “omslagstelsel”. Dit betekent dat de uitkeringen van de mensen die nu AOW ontvangen, betaald worden door de mensen die nu premie/belasting betalen. De premies worden dus direct ‘omgeslagen’ in uitkeringen. Een dergelijke systeem kan goed werken en is heel gemakkelijk in te voeren en dat is dan ook de belangrijkste reden dat we dit stelsel hebben. Er zit echter wel een groot risico aan vast: als de omvang van de bevolking afneemt moeten er relatief veel uitkeringen betaald worden door relatief weinig werkenden. In dat geval zou het beter zijn om een spaarsysteem te hebben, maar dat heeft weer als groot nadeel dat het minimaal een generatie duurt voor je zoiets kunt invoeren, omdat je altijd begint met een generatie die nog niet gespaard heeft.



Werkgeverspensioen

In tegenstelling tot het AOW-stelsel is werkgeverspensioen wel een systeem waarbij elke generatie voor zijn eigen pensioen spaart. Het wordt werkgeverspensioen genoemd omdat de afhandeling ervan altijd via de werkgever loopt. Dit betekent dat de premies worden ingehouden van je bruto salaris, voordat er belasting en sociale premies over worden berekend. Omdat de premies belastingvrij zijn, moet over de uitkering wel inkomstenbelasting worden betaald, maar meestal val je tegen die tijd in een gunstiger belastingtarief, waardoor het bruto/netto resultaat goed uitpakt. Sommige werkgevers betalen een deel van de premie of zelfs het volledige bedrag. Pensioenpremies worden ingelegd in een pensioenfonds, dit pensioenfonds belegd het geld en later worden van de opbrengst van die beleggingen de pensioenuitkeringen gedaan worden. Er zijn enorme variaties in de grootte van pensioenfondsen: sommige zijn alleen voor de werknemers van één bedrijf, terwijl andere voor een volledige bedrijfssector gelden.

Voor pensioenfondsen is het belangrijk om te aan te kunnen tonen dat ze in staat zijn om de toekomstige pensioenuitkeringen ook echt te kunnen doen. Dit wordt uitgedrukt in de “dekkingsgraad” van een pensioenfonds. Kort gezegd is dit de verhouding tussen het vermogen dat in het pensioenfonds aanwezig is en de totale omvang van de toekomstige uitkeringen. In de praktijk is het complex om deze te berekenen, omdat er namelijk niet alleen gekeken wordt naar het huidige vermogen, maar ook naar de te verwachten beleggingsrendementen. Met name deze laatste zijn natuurlijk erg moeilijk in te schatten.

De hoogte van het werkgeverspensioen is meestal afhankelijk van je salaris. Men gaat er van uit dat je na je pensionering een percentage (meestal 70%) van je salaris als inkomen zal ontvangen als pensioen. Dit bedrag bestaat dan voor een gedeelte uit AOW, de rest wordt gevormd door het werkgeverspensioen. In het jaarlijkse pensioenoverzicht dat je van je pensioenfonds krijgt kun je zien dat dit bedrag gedurende je loopbaan wordt opgebouwd.

Pensioenopbouw in eigen beheer

De laatste component in het pensioen is opbouw in eigen beheer. Dit is een erg ruim begrip, waaronder bijna alles wat om te zetten in geld kan vallen, maar in de praktijk komt het meestal neer op spaargeld, beleggingen, een eigen woning en eventuele pensioenpolissen. Met name deze laatste vragen wat extra toelichting. Een pensioenpolis (ook wel lijfrente genoemd) is verzekering die kan worden afgesloten bij een verzekeringsmaatschappij. Hierbij leg je (eenmalig of periodiek) premie in, die uiteindelijk uitgroeit tot een bedrag dat na je pensionering beschikbaar komt. Dit bedrag krijg je echter niet zomaar, het wordt uitbetaald in periodieke uitkeringen, net als bij het werkgeverspensioen. Onder bepaalde omstandigheden kan de ingelegde premie belastingvrij zijn, in die gevallen zijn dan de uitkeringen weer wel belast.

Hoeveel heb je nodig?

Zoals we hierboven gezien hebben, is het grootste deel van je pensioen vastgelegd, door de overheid en door je werkgever. Of je daar voldoende aan hebt ligt er aan wat je voor plannen hebt. Wil je een beetje tuinieren, fietsen en af en toe op vakantie, dan is er een goede kans dat je voldoende hebt aan AOW en werkgeverspensioen. Denk je daarentegen aan zaken als wereldreizen en zeiljachten of campers, dan is het misschien verstandig om zo vroeg mogelijk te beginnen met extra pensioenopbouw. Hoe dan ook, het is belangrijk dat je er over nadenkt ruim voor het zover is!



Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *