Rente op rente

Als je spaart, wat is dan eigenlijk de belangrijkste bepalende factor voor de totale opbrengst aan het einde van de rit? Misschien denk je dat dit de inleg (eenmalig of periodiek) is. Dit lijkt misschien wel het meest voor de hand liggen, maar toch is dat niet zo. Een verdubbeling van de inleg leidt uiteindelijk tot een verdubbeling van het eindbedrag, wat op zich niet verkeerd is. Maar toch zijn er twee factoren die een veel grotere invloed hebben, namelijk de rentestand en de looptijd. Voor beide geldt dat een relatief kleine verhoging kan leiden tot een veel grotere opbrengst.

Hoe zit dat nu precies? Het geheim is rente-op-rente, ook wel samengesteld interest genoemd. Hoewel er vaak erg moeilijk over gedaan wordt, is het principe eigenlijk heel eenvoudig. Het komt er op neer dat de rente die je krijgt in een bepaald jaar, in alle volgende jaren zelf ook weer rente oplevert. En de rente daarover levert in de jaren daarna zelf ook weer rente op, en zo gaat het steeds maar verder. Hieronder volgt een rekenvoorbeeld om dit te verduidelijken:

Rekenvoorbeeld

Stel je hebt €1000 en die zet je 20 jaar lang op een spaarrekening waar je 5% rente op krijgt (op het moment dat ik dit schrijf zou je daar je handen voor fijnknijpen, want je mag nu blij zijn als je meer dan 2% haalt, maar het gaat nu even om het principe). Nu zou je misschien denken dat je dan elk jaar 5% van €1000 = €50 rente krijg en dus na 20 jaar in totaal 20 x €50 rente gekregen hebt, wat neerkomt op een eindbedrag van €2000. Maar zo werkt het dus niet! Hoe dan wel?

Na het eerste jaar heb je geen €1000 meer op je rekening staan, maar €1050, je hebt er namelijk €50 rente bij gekregen. In het jaar daarna wordt de rente daarom niet meer berekend over de oorspronkelijke €1000, maar over €1050. Je krijgt in het tweede jaar dan geen €50 rente, maar 5% van €1050 = €52,50. Het verschil is dus €2,50. Dat lijkt misschien niet veel, totdat je je realiseert dat ditzelfde elk jaar weer gebeurt. Na het tweede jaar heb je €1050 + €52,50 = €1102,50 en wordt de rente in het jaar daarna over dat bedrag berekend. Het rentebedrag in het derde jaar wordt dus 5% van €1102,50 en dat is €55,13. Je krijgt nu al ruim €5 meer rente dan in het eerste jaar en we zijn nog maar bij jaar drie! Dit gaat elk jaar zo door, totdat je aan het eind uiteindelijk geen €2000 hebt, maar iets meer dan €2650! De totale opbrengst is dus ruim €650 meer dan wanneer je geen rente-op-rente zou hebben.



Waardoor wordt het eindresultaat bepaald?

Zoals het rekenvoorbeeld laat zien, wordt de totale opbrengst van een spaarbedrag voor een groot deel bepaald door het rente-op-rente effect. Dit effect wordt zelf weer voornamelijk gevormd door:

  • Looptijd
  • Rentepercentage.

Hoe langer je je geld laat staan op een spaarrekening, des te sterker is het effect van rente-op-rente. Zelfs een enkel jaartje meer of minder kan al een behoorlijk verschil uitmaken. Laat je in het rekenvoorbeeld hierboven je geld aan het eind van de rit nog een jaar staan, dan levert dat ene jaar 5% van €2650 = €132,50 extra op!

Het effect van het rentepercentage is zelfs nog groter. Gebruik je voor het rekenvoorbeeld een rente van 4% in plaats van 5%, dan kom je op een eindbedrag van ‘slechts’ €2190, zo’n €460 minder dus! En ga je de andere kant op, naar 6%, dan wordt het eindresultaat zelfs ruim €3200. Het loont dus echt wel de moeite om een spaarrekening te zoeken met een zo hoog mogelijke rente!

Let op: het is wel van belang dat de rente ook echt op de spaarrekening wordt bijgeschreven en dat je die daar ook laat staan! Doe je dat niet, dan loop je de rente mis die je over de rente van alle voorgaande jaren krijgt. In dat geval wordt je eindbedrag dus slechts de eerdergenoemde €2000 en dat scheelt nogal wat.

Hoe bereken je rente-op-rente?

Op Internet zijn er volop calculators voor samengestelde interest te vinden, als je met Google zoekt vind je ze zonder problemen. Maar als je een beetje gevoel voor rekenen hebt, kun je het ook heel eenvoudig zelf berekenen. Dat gaat als volgt:

  • 5% rente kun je ook schrijven als 0,05. Na afloop van een jaar is je bedrag dus gegroeid met 0,05 en heb je dus 1,05 maal je oorspronkelijk bedrag.
  • Deze vermenigvuldigingsfactor geldt elk jaar opnieuw, dus als je begint met €1000, heb je na een jaar 1,05 x €1000 = €1050. Na twee jaar heb je 1,05 x €1050, maar dat kun je ook schrijven als 1,05 x 1,05 x €1000.
  • Voor elk jaar voeg je dus een vermenigvuldiging met 1,05 toe. Na drie jaar heb 1,05 x 1,05 x 1,05 x €1000 en zo ga je elk jaar verder.
  • Het steeds met eenzelfde factor vermenigvuldigen, noemen we machtsverheffen en dat schrijf je als volgt 1,053. Voor elk jaar ga je ‘een macht verder’, dus om het bedrag na 10 jaar uit te rekenen, vermenigvuldig je je inleg met 1,0510 = 1,629.
  • Zo kom je na 20 jaar uit op 1,0520 x €1000 en dat is de genoemde €2650 (eigenlijk €2653, maar dat leest zo lastig).

Zoals je ziet is het berekenen van rente-op-rente op deze manier helemaal niet zo moeilijk, vooral omdat vrijwel elke willekeurige rekenmachine kan machtsverheffen.

Als je je geld lang genoeg op een spaarrekening laat staan tegen een fatsoenlijke rente, zul je zien dat je uiteindelijk een eindbedrag overhoudt dat meer is dan je vooraf misschien had durven dromen. En dat allemaal dankzijn rente-op-rente!



Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *